home

Home

header

facebook

ZAAITIPS  
zaden

 

 

Goed beginnen is in dit geval goed zaad en goed zaaien.

Samen het perfekte begin van elke dag verse groente of zomerse bloemenpracht uit eigen tuin. Als het op de juiste manier gedaan wordt, kan het eigenlijk niet misgaan. Ideaal is natuurlijk als u kunt beschikken over een kas of kweekbakken, maar ook gewoon binnenshuis komt u tot heel goede resultaten

Hiernaast staan een aantal tips om het zaaien makkelijker te maken.

Zaaien 'ONDER GLAS'
Zaaien 'OP ZAAIBED'
Zaaien 'TER PLAATSE'
VERSPENEN
UITPLANTEN
BLOEMBAKKEN EN -POTTEN
TEELTPROGRAMMA

 


Zaaien 'ONDER GLAS'

Met zaaien 'onder glas' wordt bedoeld in kas, bak of binnenshuis. Gebruik de in de handel verkrijgbare zaaibakken of minikasjes. Als zaaigrond voldoet een mengsel van 1 deel turfstrooisel en 1 deel schoon zand het beste.

Potgrond moet met turfstrooisel en zand gemengd worden, omdat potgrond voor zaailingen te zwaar bemest is. Wij leveren ook kant-en-klare zaaigrond, met een fijne, luchtige samenstelling, waarin de zaden prima kiemen. Als de grond te droog is deze vochtig maken, doorwerken, vlakstrijken en licht aandrukken.

Fijn zaad niet afdekken, maar door fijne besproeiing vastleggen. Dikker zaad luchtig afdekken met een laagje zaaigrond, dat even dik is als het zaad zelf. Voor grotere zaadkorrels een iets dieper voortje maken en na het zaaien dicht maken.

De zaaibak afsluiten met de doorzichtige plastic kap. Houdt de vochtigheid van de grond goed in de gaten. Bij uitdroging voorzichtig besproeien met een fijne broes of plantenspuit. Vermijdt direkte instraling van de zon. Als het zaad opkomt wat lucht geven door de kap op een kier te zetten. Deze kier kan iedere dag wat groter worden en na 1 week kan de kap eeraf. Houd de bak op een lichte plaats, maar vermijdt direkte zonnestraling.

De gunstigste kiemtemperatuur voor de meeste gewassen ligt tussen de 12 en 20 C.


top of page

Zaaien 'OP ZAAIBED'

Als u niet over een kas of koude bak beschikt, dan kunt u ook heel goed op een zaaibed in de tuin zaaien. U kunt dan al zaaien als de definitieve plantplek nog niet vrij is en de planten later overzetten. Tweejarige en overblijvende gewassen altijd op een zaaibed zaaien. Het zaaibedje moet beschut en in halfschaduw liggen; de grond door omspitten en met turfstrooisel en/of compost op een goede struktuur brengen en niet bemesten.

Houdt uw zaaibed beslist onkruidvrij! Zaai op regeltjes (rijtjes) en niet te ruim. Houdt het zaaisel de eerste dagen vochtig. Bij met grond bedekte zaaisels gebeurt dit soms m.b.v. vochtige lappen. Laat de grond niet uitdrogen. Zaai zo dun mogelijk en en dun de plantjes uit zodat ze direkt van het zaaibed op de plantplaats gezet kunnen worden.

Uitdunnen wil zeggen: wat planten verwijderen, opdat er voor de blijvers voldoende ruimte komt. Onkruid moet u natuurlijk steeds verwijderen!


top of page

Zaaien 'TER PLAATSE'

Wie binnenshuis geen plaats (meer) heeft en niet over een bak of kas beschikt, kan in de daarvoor geschikte zaaitijd direkt in de tuin zaaien op de definitieve plantplaats. Zoek dus een geschikte plaats uit. Zaai bijvoorbeeld geen hooggroeiend vóór een laagblijvend soort, geen schaduwminnende op een zonnige plaats.

De grond moet goed voorbereid zijn: 30 cm diep losspitten, zonodig wat compost of turfstrooisel erbij en wat oude stalmest tot niet dieper dan 20 cm in de grond brengen.

Fijn zaad kan door er wat zand bij te mengen gemakkelijker gelijkmatig uitgestrooid worden. Ook hier: niet dieper zaaien dan het zaad dik is. Regelmatig besproeien en vanaf de zaaidag onkruidvrij houden! Wanneer het zaad is opgekomen en duidelijk zichtbaar een klein plantje is geworden, moet er uitgedund worden.

Dit uitdunnen kunt u meermalen doen, zodat steeds de stevigste plantjes blijven staan. Houdt voor het uitdunnen de aanbevolen plantafstand aan. Voor planten die 150 cm hoog worden, is een plantafstand van 50 cm minimaal nodig.

Zaaien ' ter plaatse' kan steeds het beste gedaan worden in de aangegeven periode, zodat de plant ook in de natuurlijke tijd tot bloei komt.


top of page

home

VERSPENEN

Zaailingen moeten uit de zaaibak of van het zaaibed 'verspeend' d.w.z. verplant worden, anders zouden ze te dicht op elkaar blijven staan en te lang en te slap worden. Kleine plantjes in een andere bak op enkele centimeters van elkaar uitzetten of wat ruimer op zaai- of plantbed. Grotere planten in aparte potjes.

Gebruik voor verspeengrond goede potgrond, waaraan wat turfmolm en schoon zand is toegevoegd. Verspenen wordt gedaan met een 'verspeenhoutje', te koop bij de zaadhandel of zelf te maken: een smal plat houtje, waarvan het einde V-vormig is ingesneden. Voor heel kleine plantjes kunt u een dikke wolnaald nemen, waarvan u het oog op de helft afzaagt. Vooraf wipt u de te verspenen plantjes voorzichtig op met een mes of iets dergelijks, zodat ze al wat los komen te staan. U trekt met het verspeenhoutje een plantje uit de zaaigrond. Maak nu met een puntig stokje, dat u in de andere hand houdt, een klein gaatje in de grond en laat de zaailingwortel daar voorzichtig in zakken.

Hierna drukt u de grond voorzichtig aan. Het plantje moet op dezelfde diepte geplant worden als het op het zaaibed stond. Verspeen in rijen en in onderling verband (verspringen) 3, 4 of 5 cm van elkaar, afhankelijk van de grootte. Zet ze nooit te ruim. Ook in de natuur staan piepjonge plantjes dicht bij elkaar. Als de plantjes zo groot zijn geworden, dat ze weer tegen elkaar opgroeien, moet opnieuw verspeend worden, ditmaal in potjes. Daarin kunnen ze blijven staan tot ze buiten geplant worden. De plantjes moeten direkt na het verspenen afgeschermd worden tegen direkte zonnestraling.

Dit duurt 3 tot 5 dagen, daarna kunt u ze op een lichte, luchtige en niet al te warme plaats zetten tot ze groot genoeg zijn om uit te planten. Een week voor het buiten uitplanten afharden door ze overdag buiten te zetten en 's avonds weer binnen te halen.

 

top of page

UITPLANTEN

Het jonge plantgoed, verspeend en afgehard, moet op de juiste tijd in de vollegrond worden uitgeplant. Als de 'plantklaar gemaakte grond' te droog is, kunt u beter na het planten sproeien. De plantjes met zoveel mogelijk wortel uit de verspeenbak of uit het potje nemen en in het vooraf gemaakte plantgat zetten.

Druk na het planten de grond stevig aan. Als alle planten geplant zijn, het ingeplante stuk begieten. Bij erg droog weer kunt u na het planten nog sproeien. Plant zo mogelijk in de namiddag, zodat de plantjes gedurende de nacht op verhaal kunnen komen.


top of page

BLOEMBAKKEN EN -POTTEN

Prachtige 'miniatuur-tuintjes' op terras of balkon. Zowel veel bloeiende planten als bladplanten zijn hiervoor prima geschikt. En ook kruiden doen het prima in potten. Het zaaien kan binnenshuis gebeuren, het afharden van de verspeende plantjes door de bakjes bij goed weer telkens wat langer voor het open raam te zetten.

Een goede bloembak of pot moet voorzien zijn van voldoende afvoergaten. Op de bodem legt men een laag potscherven of kleikorrels voor de drainage, waarna de bak of pot wordt gevuld met potgrond.

Als voor drainage en voldoende afvoer van overtollig water wordt gezorgd en in droge tijden regelmatig wordt begoten, waarbij zo nu en dan wat vloeibare mest wordt gegeven, kan men een zomer lang genieten van eigen kweek, ook in een bovenhuis hartje stad!


top of page

 

TEELTPROGRAMMA

Met een goed opgesteld teeltprogramma kunt u meer vliegen in één klap slaan:

A. meststoffen-economie door TEELTWISSELING
B. VRUCHTWISSELING voor aktief bodemleven
C. COMBINATIETEELT voor positieve resultaten

TEELTWISSELING

Hiervoor zijn de gewassen in te delen in drie groepen:

1. voor de eerste teelt (op pas bemest land): de veel voedsel vragende soorten

2. voor de tweede teelt: de minder voedsel vragende gewassen, die ook geen verse bemesting verdragen (knolgewassen)

3. voor de derde teelt: de peulvruchten; deze kunnen in hun eigen stikstofbehoefte voorzien en kunnen daarom eventueel als 'groenbemester' voor de volgende teelt worden aangewend.


 VRUCHTWISSELING

Het is niet goed, zowel voor de grond als voor het gewas, om op dezelfde plaats weer hetzelfde gewas te telen. Planten hebben een 'soort-eigen' invloed op de grond waarin zij groeien.

Een herhaling hiervan zal bodem-moeheid (ondanks bemestingen!) door een tekort aan variatie tot gevolg hebben.

Wordt daarentegen de grond telkens weer met andere gewassen beplant - vruchtwisseling - dan blijft de bodem aktief en zal ook gezonder gewas voortbrengen.


COMBINATIETEELT

Door doelgericht meer soorten in één bed te planten, kan men gebruik maken van de invloed die verschillende plantensoorten op elkaar hebben: de wederzijdse beïnvloeding. Deze kan soms goed, soms slecht zijn. Er zijn dus goede combinaties en verkeerde!

Daarnaast kan men, door combinatieteelt toe te passen, de kostbare moestuingrond beter benutten dan met één-soortige teelt. Door één-soortige teelt zou soms wel een plaats leeg en onbenut kunnen blijven liggen, heel jammer!

Om een goed schema voor combinatieteelt op te kunnen stellen, worden de gewenste groentesoorten ingedeeld in 'vroege' en 'late' soorten en in soorten met een korte of en lange groeiperiode.


top of page

GROENTEN OVERZICHT

Zaadhandel Jan Roozen - Spekstraat 5 - 2011 HM Haarlem - T: 023-5324961 - info@janroozen.com